051 79 55 23

Mag je weigeren om de pincode van je smartphone aan de politie te geven?

Verkeersovertredingen en -ongevallen

Op 19 mei 2026 sprak het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit over een vraag die in het digitale tijdperk steeds vaker opduikt: kan een verdachte zich beroepen op zijn zwijgrecht om te weigeren de toegangscode van zijn smartphone mee te delen aan de autoriteiten? In de zaak Minteh t. Frankrijk beantwoordde het Hof die vraag ontkennend.

De zaak betrof een man die tijdens een politiecontrole werd aangetroffen met verdovende middelen, aanzienlijke geldsommen en verschillende mobiele telefoons. Nadat de toestellen in beslag waren genomen, werd hem gevraagd de ontgrendelings- of decryptiecodes mee te delen. Tijdens zijn verhoor beriep de man zich op zijn zwijgrecht en weigerde hij de codes vrij te geven. Naar aanleiding van de weigering werd hij erop gewezen dat deze volgens het Franse recht een afzonderlijk strafbaar feit vormde.

Naast een veroordeling voor de drugsgerelateerde feiten werd de man uiteindelijk ook veroordeeld wegens zijn weigering om de gevraagde codes te verstrekken. Voor het EHRM voerde hij aan dat die veroordeling een schending vormde van zijn zwijgrecht en van het nemo tenetur-beginsel, dat verbiedt dat iemand wordt gedwongen mee te werken aan zijn eigen veroordeling.

Het Hof volgde die redenering niet. Volgens het EHRM strekte de verplichting om de toegangscode mee te delen niet tot het verkrijgen van een verklaring of bekentenis, maar uitsluitend tot het mogelijk maken van de toegang tot gegevens die reeds bestonden. Die gegevens waren niet afhankelijk van de wil van de verdachte: zij bevonden zich al op de in beslag genomen toestellen en konden in principe ook op andere wijze worden bekomen.

Daarin ligt volgens het Hof een wezenlijk onderscheid. Het zwijgrecht en het nemo tenetur-beginsel beschermen een verdachte tegen dwang om verklaringen af te leggen die hem kunnen incrimineren. Het verschaffen van toegang tot reeds bestaande gegevensdragers valt daar niet noodzakelijk onder. Om die reden besloot het Hof dat artikel 6 EVRM niet was geschonden.

Hoewel het arrest betrekking heeft op de Franse regelgeving, is het ook voor Belgiƫ relevant. De Belgische strafprocedure kent immers verschillende onderzoeksbevoegdheden die betrekking hebben op informaticasystemen, smartphones en versleutelde gegevens. Ook hier rijst regelmatig de vraag in welke mate een verdachte kan worden verplicht toegang te verschaffen tot digitale informatie.

Het arrest lijkt de opvatting te bevestigen dat een verplichting om een pincode, wachtwoord of decryptiesleutel mee te delen niet automatisch onverenigbaar is met het zwijgrecht. Doorslaggevend is dat de autoriteiten geen verklaring of bekentenis afdwingen, maar toegang vragen tot gegevens die reeds bestaan los van de wil van de betrokkene. Uiteraard blijft daarbij vereist dat een dergelijke maatregel berust op een voldoende duidelijke wettelijke grondslag, gepaard gaat met passende procedurele waarborgen en proportioneel blijft in het licht van het nagestreefde onderzoeksdoel.

Met Minteh t. Frankrijk geeft het EHRM dus een belangrijke verduidelijking over de toepassing van klassieke verdedigingsrechten in een digitale omgeving. Wie mag zwijgen, mag daarom niet noodzakelijk weigeren de deur naar reeds bestaande digitale gegevens gesloten te houden.